#HÏVAN: Schrijver & auteur RIMA ORIE

Een paar maanden geleden kwam ik ‘rimaoriebooks’ tegen op Instagram. “Deze toffe vrouw moet wel heel erg van boeken houden – als het zelfs in haar social media naam staat”, dacht ik. Even speuren leverde mij op dat zij zelfs een fantasy boek heeft geschreven genaamd: De zwendelprins.

Als gekleurde auteur miste zij personages die meer op haar leken. Daarom heeft ze haar Indiase achtergrond verwerkt in haar boek, waarmee ze een schrijfwedstrijd won en een boekcontract kreeg.

Haar passie voor boeken heeft ze van haar moeder. Juist daarom was ze zo trots toen ze haar boek o.a. mocht promoten in Suriname, op de vroegere school van haar ouders.

Rima: “Toen ik de ‘strijd voor diversiteit’-beweging ontdekte in de boekenwereld ging er een wereld voor me open. Waarom schreef ik mezelf altijd uit mijn zelfbedachte werelden? Waarom dacht ik onbewust dat er geen plek voor mij was? Ik schreef mezelf en mensen die op mij lijken uit verhalen, omdat de media me had geleerd dat er geen plek was voor iemand die niet wit was.

Lees onderstaand het interview van Rima Orie.


Achtergrond

Kun je wat meer vertellen over je familie?

Ik kom uit een gezin met vier kinderen, namelijk mijn zus, broer, zusje en ik. We zijn erg hecht met elkaar en pasgeleden ben ik met mijn zusje verhuisd naar Den Haag. Ik mis ontzettend alle chaos in huis moet ik zeggen. Het is nu veel te stil in ons appartement, haha.

Hoe was je als kind?

Vrij stil, verlegen (buitenshuis in elk geval, maar dat waren mijn zussen en broer ook – thuis aan de andere kant…) en dromerig. En net zo leesverslaafd als nu. Mijn moeder nam me regelmatig mee naar de bibliotheek, omdat zij net zoveel van lezen hield – en houdt – als ik. Vandaar dat ik al op jonge leeftijd een leesverslaving ontwikkelde.

Ook hield ik al vrij jong van tekenen. Een andere hobby dat ik gemeen heb met mijn moeder. Creatief bezig zijn was – en is – echt mijn ding. Schijnbaar was ik op jonge leeftijd ook een stuk sportiever dan nu, haha. Op foto’s trok ik wel altijd een nors hoofd (waar ik bij anderen bekend om stond). Ach ja, laten we zeggen dat ik destijds al hard nadacht over de problemen in de wereld en dus fronsend door het leven ging.

Welke drie levenservaringen waren bepalend voor jou als persoon? En waarom?

Oh, wow. Drie belangrijke momenten in mijn leven waren mijn masterdiploma behalen, eerste worden bij een schrijfwedstrijd waarmee ik een boekcontract won en de dag dat ik naar Den Haag verhuisde. Als ik erop terugkijk zijn dat de drie momenten die mijn leven op grote schaal – misschien niet altijd van buiten, maar zeker wel qua gevoel – veranderde. Ik ging een nieuwe stap in mijn leven beginnen tijdens die momenten.

Career

Wat doe je in het dagelijkse leven?

In het dagelijkse leven werk ik bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid als hoor- en beslismedewerker. Ik behandel visum-zaken die in eerste aanleg zijn afgewezen.

Verder ben ik eveneens werkzaam als auteur. Dat is een veel losser beroep waarbij het vooral aan mezelf ligt of er boeken komen, haha. Mijn eerste boek, De Zwendelprins, is april vorig jaar gepubliceerd. Op dit moment werk ik aan een nieuwe fantasy. Veel durf ik er nog niet over te zeggen, maar het speelt zich in elk geval niet af in dezelfde wereld van De Zwendelprins.

Wat heb je gestudeerd? En waarom heb je voor deze studie gekozen?

Ik heb rechtsgeleerdheid gevolgd aan de Universiteit van Utrecht en heb tijdens mijn masterjaar een specialisatie in privaatrecht, specifiek ondernemingsrecht, gedaan. In eerste instantie had ik voor de studie gekozen omdat ik heel graag bij een NGO wilde werken als mensenrechtenjurist. Eenmaal tijdens de studie bleek ik het puzzelwerk leuk te vinden van het privaatrecht, maar in de praktijk ben ik weer een andere kant op gerold, waardoor ik nu werkzaam ben bij de overheid.

Hoe ziet een “typische” week er bij jou uit?

Op dit moment werk ik 36 uur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Vier van de vijf weekdagen ben ik dus overdag aan het werk. In de avonden ben ik vaak aan het schrijven of lezen en in de weekenden reis ik regelmatig naar mijn ouders om daar een paar dagen bij hen door te brengen.

Je hebt een Instagram genaamd: ‘Rimaoriebooks’. Waar komt jouw liefde voor boeken vandaan?

Dat heb ik eigenlijk al een beetje verklapt. Door mijn moeder, zelf een boekenwurm, ben ik praktisch opgegroeid in de bibliotheek. Schijnbaar deed ik haar al na voordat ik daadwerkelijk woorden kon lezen. (Dat wil zeggen: ik greep gewoon een boek, bladerde er doorheen en sprak random woorden uit – precies zoals ik mijn moeder zag doen). Ik ben dan ook van mening dat kinderen het beste en snelste lezen als hun ouders dat ook doen.

Het mooiste aan lezen vind ik dat ik even kan ontsnappen aan de sleur van onze eigen wereld en nieuwe werelden kan ontdekken. Ik hou ervan om even helemaal in een andere, vreemde magische wereld te zijn. Daarnaast vind ik bij fantasy het ook heel interessant om te zien hoe samenlevingen worden opgebouwd, hoe deze werken en hoeveel impact een kleine verandering kan hebben. Het analyseren van hoe de wereld en mensen werken op sociologische en psychologische wijze is één van mijn favoriete bezigheden.

Wat zijn de drie beste boeken die je hebt gelezen en waarom?

Ooh, ik vind vragen als deze zo vreselijk, want er zijn gewoonweg té veel goede boeken. Ik ben zelf een ontzettende fantasy-fan – wat je ook terugziet in de verhalen die ik zelf schrijf – maar als ik een top drie moet maken van vrij recent gelezen boeken:

Allereerst Pachinko van Min Jin Lee, een prachtig, ontroerend boek waar je een Koreaanse (immigranten-) familie door drie generaties heen volgt tijdens de Japanse bezetting van Korea en de Tweede Wereldoorlog. Een aanrader voor iedereen die benieuwd is naar een stuk geschiedenis dat we niet te horen krijgen tijdens de geschiedenislessen op de Nederlandse middelbare scholen.

Ik hou ook heel erg van de boeken van Roshani Chokshi, een half Indiase-half Filipijnse auteur wiens fantasy boeken met name gaan over de Hindu mythologie en Indiase cultuur. Haar jeugdboeken – waarvan het eerste deel is vertaald – over ‘Aru Shah’ zijn zo fijn om te lezen. Niet alleen herkenning op een leuke, vermakelijke manier, maar voor jongeren ook fijn om meer te weten te komen over je eigen geloof en cultuur.

Tot slot: City of Brass van S.A. Chakraborty. Een magische wereld gebaseerd op het Midden-Oosten en de mythologie uit de Islam. Het geeft een sprookjesachtig, magisch gevoel tijdens het lezen en is ook zeker interessant voor iedereen die nieuwsgierig is naar andere geloven, politiek en magie. 

Je hebt een boek geschreven genaamd: ‘De zwendelprins’. Waar gaat dit boek over?

De Zwendelprins is een sprookjesacht verhaal waar je een keukenhulp volgt genaamd Simran, die nieuwsgieriger is dan goed voor haar is zich daardoor halsoverkop in een avontuur stort waar ze niet op gerekend had. Ze gaat namelijk – niet geheel vrijwillig – op zoek naar een kostbaar amulet en de lang verdwenen kroonprins van haar land. Suryan is een zelfverzonnen land dat is gebaseerd is op het oude India. Verwacht radja en rani’s, een maharadja, sari’s en salwar kameez’, de viering van divali en dat allemaal verpakt in een spannend avontuur.

Hieronder een flaptekst:

Als nieuwsgierige keukenhulp is de zeventienjarige Simran op de hoogte van de meest kleurrijke verhalen en de smerigste roddels die er in het paleis van de maharadja de ronde doen. Toch is er slechts één verhaal dat zowel haar als de rest van de bevolking van Suryan in de ban houdt: de mysterieuze verdwijning van de kroonprins.

Twintig jaar na de verdwijning van de Suryaanse kroonprins, verschijnt er een prins uit het koude en verre Fengart bij het paleis die beweert dat hij de kroonprins terug kan vinden. Simrans verbazing is groot wanneer hij haar om een gunst vraagt die haar hele leven kan veranderen. Ze snakt er al haar hele leven naar om de wereld buiten het paleis te ontdekken, maar kan ze deze prins wel vertrouwen? Of zijn zijn plannen helemaal niet zo nobel als ze lijken?

Wanneer/hoe kwam je op het idee om dit boek te schrijven?

Ik hou ontzéttend veel van sprookjes. Toen ik net begon met schrijven, bedacht ik vaak eigen sprookjes en ook later baseerde ik veel van mijn originele werk op sprookjes (hertellingen). Jarenlang speelde ik daarom al met het idee om een eigen sprookje te verzinnen. Niet een hertelling van een bestaand sprookje, maar iets nieuws dat dezelfde opbouw ervan had. Dat ik mijn Hindoestaanse achtergrond erin heb verwerkt, is eigenlijk te danken aan de ‘strijd voor diversiteit’- beweging die van de Verenigde Staten naar Nederland is overgewaaid.

Zoals veel gekleurde auteurs schreef ik in mijn verhalen altijd witte hoofdpersonages. Het kwam niet eens in me op om personages erin te schrijven die op mij leken. Ik filterde alles wat Hindoestaans was, zowel uiterlijk als innerlijk, heel handig onbewust uit mijn verhalen.

Toen ik de ‘strijd voor diversiteit’-beweging ontdekte in de boekenwereld ging er een wereld voor me open. Waarom schreef ik mezelf altijd uit mijn zelfbedachte werelden? Waarom dacht ik onbewust dat er geen plek voor mij was? Hoe kan het dat dit zo vanzelfsprekend was? Het is zo vreemd om stil te staan bij de antwoorden ervan. Ik schreef mezelf en mensen die op mij lijken uit verhalen, omdat de media me had geleerd dat er geen plek was voor iemand die niet wit was. Zij het bewust of onbewust.

Zodra ik me dat had gerealiseerd, zorgde ik ervoor dat ik op verschillende vlakken meer diversiteit in mijn verhalen verwerkte. En toen ik eindelijk een concreet idee kreeg voor het sprookje dat in mijn hoofd spookte, wist ik al meteen dat ik mijn Indiase achtergrond erin zou verwerken. Ik besloot het uit te werken en in te sturen voor een schrijfwedstrijd van uitgeverij Moon. Het sprookje gaf ik de titel ‘De Zwendelprins’ en is het verhaal geweest waarmee ik de wedstrijd heb gewonnen. (YAY!)

Wat waren de grootste uitdagingen tijdens het schrijven van dit boek?

Er zijn twee worstelingen die me zelfs na voltooien van het boek niet hebben losgelaten. Het eerste is perfectionisme. Door perfectionisme schrijf ik om te beginnen al veel langzamer, omdat ik bij elke alinea, elke zin, elk woord dat ik schrijf het gevoel heb dat het de verkeerde is. Dat er ergens een béter woord bestaat dat ik nog niet heb uitgevonden en nooit zal uitvinden om dat moment perfect te kunnen beschrijven. Perfectie bestaat niet, dat weet ik, en toch willen mijn hersenen dat ik het desondanks op papier neerzet. Ik schrijf ondanks het gevoel door, omdat het liefste wat ik in de wereld doe creëren is. Het is alleen niet altijd even makkelijk.

Een andere uitdaging had meer met mijn Hindoestaanse achtergrond te maken. Tijdens het schrijven en voor uitgave van De Zwendelprins had ik me ingelezen in de ervaringen van andere internationale, gekleurde auteurs die over hun eigen cultuur een fictie-boek schreven. Doorgaans werden fantasy-boeken niet heel goed beoordeeld. In het Westen wordt door het grootste gros van het lezerspubliek – die wit zijn – niet altijd begrepen hoe een Niet-Westerse cultuur in elkaar steekt. De nuances ging aan hen voorbij. Ze vonden de redenaties van de personages vreemd, de termen in een andere taal te verwarrend en de cultuur in algemene zin overweldigend. Ik worstelde heel erg met aan de ene kant het gevoel dat ik het verhaal zo authentiek mogelijk op wilde schrijven en aan de andere kant dat ik rekening moest houden met mensen die onze cultuur niet begrijpen. Daarbij wilde ik op meerdere vlakken diversiteit in mijn boek verwerken.

Als gekleurde auteur weet ik als geen ander hoe het is om jezelf nooit in de media te zien. Ik wilde representatie bieden aan meerdere minderheden, ook al wist ik dat dit zou botsen met de meningen van sommigen. Het houdt me nog steeds bezig, maar ik moet zeggen dat ik een begin heb gemaakt met het loslaten van waarde hechten aan meningen van mensen die toch geen deel uitmaken van mijn cultuur en/of de representatie die ik in mijn boek heb verwerkt. Niet iedereen zal blij zijn. Dat is helaas het leven. Ik schrijf in elk geval door.

Je hebt een paar maanden geleden dit boek gepresenteerd aan leerlingen van een school in Suriname. Waarom heb je dit gedaan en hoe heb je dit ervaren?

Dat klopt, inderdaad! Omdat mijn ouders zijn geboren in Suriname was het altijd al een droom van me om mijn boeken daar ook beschikbaar te maken. Hoewel De Zwendelprins een fantasy is die hopelijk door iedereen met plezier kan worden gelezen, vind ik het specialer als mensen die dezelfde achtergrond met mij delen het boek lezen. Zij zullen er toch delen in herkennen, die witte Nederlanders niet erin terug zullen zien. Toen ik op vakantie was, heb ik dan ook samen met mijn vader werk van gemaakt en het boek aan twee bibliotheken en een school geschonken!

Het was een ontzettende leuke ervaring. Ik moet zeggen dat ik meer bezig ben geweest met het promoten van ‘lezen is leuk!’ dan daadwerkelijk mijn boek, haha, maar ik hou ervan dat Suriname zo divers is. Ik hou ervan dat ik leerlingen voor me had die in dezelfde schoolbanken zaten als waar mijn ouders eens zaten.

Wat kunnen wij de komende 5 jaar van jou verwachten op carrière gebied?

Hopelijk nog zeker twee boeken op mijn naam. Ik ben al druk bezig met boek 2 en met een beetje geluk kan ik dat verhaal doortrekken naar een trilogie, maar of dat daadwerkelijk lukt zullen we nog zien. Fingers crossed!

Hindoestaanse cultuur

Hoe zou je de Hindoestaanse cultuur omschrijven?

Voor mij zit de Hindoestaanse cultuur vol met tradities, geloof, respect, eer en hechte families. Kortgezegd: het zit vol kleur, geur en warmte, maar ook met restricties, regels en rolverdelingen. Hieronder ga ik op drie aspecten in:

Allereerst is de hechte band tussen familieleden typisch Hindoestaans. Al denk ik dat de meeste Niet-Westerse culturen meer de nadruk leggen op familie en, in verlengde daarvan, het volk als collectief. Voor mij is die hechte band tussen familie fijn. Mijn familie altijd voor me klaar en steunen me in alles (en vice versa), maar ik kan me goed voorstellen dat het in andere gevallen verstikkend kan werken. Met name als de familie bepaalde verwachtingen heeft en de kinderen daaraan moeten voldoen ongeacht wat ze zelf willen.

Verder is de schaamtecultuur er ook wel een kern van. ‘Wat zullen anderen wel niet zeggen/denken?’ is bij uitstek dé zin die je het vaakst hoort tijdens gesprekken. Ik geloof dat dit ook voortkomt uit de nadruk op het collectief. In plaats van ‘ik doe wat goed is voor mij’ wat in het Westen vooral leeft is het ‘ik doe wat goed is voor iedereen’. En als je áltijd rekening houdt met anderen, ga je ook meer denken in de trant van ‘wat zullen anderen denken?’ in plaats van te doen wat je zelf wil. Het is geen slechte eigenschap om aan anderen te denken. In het Westen wordt er soms iets te veel alleen aan zichzelf gedacht, naar mijn mening. Alleen geloof ik dat het in de Hindoestaanse cultuur zo is doorgeslagen dat je loskoppelen van de mening van anderen bijna geen optie meer is.

En tot slot: een cultuur met een alcoholprobleem. Inmiddels ga ik niet meer om de week naar een Hindoestaanse bruiloft van een familielid, maar wat me altijd bij is gebleven hoe – met name – de mannen zo ontzettend veel dronken. (Ook tijdens andere familiefeestjes). Vrouwen ook wel, maar met name de mannen.

Welke drie taboes kunnen belemmerend zijn voor Hindoestaanse vrouwen?

De schaamtecultuur, de traditionele rolverdeling van man-vrouw (als die in stand wordt gehouden door de familie) en de gedachte dat ze met niemand binnen hun familie kunnen praten over hun eigen dromen, wensen en problemen.

Als je googled op “Hindoestaanse Vrouwen” kom je behalve positieve termen zoals ‘succesvol’ of ‘modelburger’ ook termen tegen als: verstikkende omgeving, eenzaam, depressie etc. Hoe kunnen wij dit verbeteren?

Het belangrijkste is naar mijn mening voor meer openheid in de gesloten gemeenschap. Dit soort interviews zijn daar echt een meerwaarde in. Meer openheid voor worstelingen, voor problematisch gedrag en meer begrip voor elkaar.

Ik denk dat als we met z’n allen meer met elkaar praten en begrip voor elkaar tonen, dat er ook minder eenzaamheid zal heersen. Dat Hindoestaanse vrouwen minder het gevoel hebben dat ze er alleen voor staan. Ik denk dat met name ouders hierin een grote rol hebben. Geef vrouwen – en zeker opgroeiende jonge meisjes – meer vertrouwen in hun kunnen en minder verwachtingen over een bepaalde rol die ze moeten vervullen. Zolang je ze liefde geeft, komen ze wel op hun pootjes terecht.

#HÏVAN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s