#HÏVAN: muzikant PRAVINI BABOERAM over haar plek in de Hindoestaanse gemeenschap

Achtergrond

Wie is Pravini Baboeram?

Ik ben Pravini Baboeram, geboren en getogen in Den Haag, maar tegenwoordig woon ik in Utrecht.

Uit wat voor familie kom je?

Ik ben opgegroeid in een huis vol liefde, creativiteit en maatschappelijk bewustzijn. Ik was van jongs af aan altijd bezig met muziek en wilde graag muzikant worden. Mijn ouders hebben dat altijd gestimuleerd en gesteund. Dat ging gepaard met het idee van “jouw diploma is jouw eerste man”, met andere woorden, mijn ouders hebben altijd het belang van onderwijs benadrukt om mij een goede basis voor mijn toekomst te geven.

Hoe zou je je opvoeding omschrijven?

Naast de dingen die mijn ouders expliciet deden of zeiden om mij te steunen, heb ik ook veel geleerd van hoe zij in het leven staan. De ondernemende geest waarmee ze hun bedrijf en andere projecten hebben opgezet, hebben mij het zelfvertrouwen gegeven om mijn eigen muzieklabel Pravini Productions op te zetten. Hun commitment om bij te dragen aan Hindostaans cultureel erfgoed heeft mij geïnspireerd ook als vrijwilliger actief te worden bij het Sarnámihuis. Het verzet dat zij toonden tegen racisme, door bijvoorbeeld Sinterklaas zonder Zwarte Piet te vieren, gaf mij de kracht om ook mijn stem te laten horen tegen onrechtvaardigheid. Dit zijn belangrijke waarden die ik nog steeds met mij meedraag.

Career

Wat heb je tot nu toe allemaal gedaan op carrière gebied?

Maatschappelijke impact is voor mij altijd een belangrijke drijfveer geweest in mijn leven. In eerste instantie wilde ik dat doen door middel van muziek, met liedjes die mensen kunnen empoweren en inspireren. Nu realiseer ik me dat er nog zoveel andere manieren zijn waarop ik die impact kan creëren en mijn creativiteit kan inzetten.

In mijn rol als programmamanager bij een non-profit organisatie die zicht op diversiteit en inclusie kan ik dat doen in het hoger onderwijs en bedrijfsleven. Zo geef ik trainingen aan docenten om een inclusieve leeromgeving te creëren. Daarnaast geef ik regelmatig workshops aan recruiters in de corporate industry om meer culturele diversiteit te bereiken in werving en selectie. Ook voer ik leiderschapsprogramma’s uit voor jongeren die hun kennis en vaardigheden op het gebied van diversiteit en inclusie willen versterken.

Naast mijn werk ben ik actief in de anti-racisme beweging. Daarin richt ik mij vooral op initiatieven die bijdragen aan empowerment en educatie. Zo ben ik betrokken bij de actiegroep Holi is geen Houseparty, een campagne tegen culturele kaping van “Holi” zomerfestivals, waarmee we Europese festivals oproepen het cultureel erfgoed van Holi als Hindoe lentefeest te respecteren en de naam van de zomerfestivals te wijzigen, zodat de verbinding met Holi wordt verbroken. Ik heb ook het initiatief genomen voor de anti-racisme stemwijzer, om zo de standpunten van politieke partijen op specifiek anti-racisme thema’s in kaart te brengen. Daarnaast ben ik betrokken geweest bij de crowdfunding campagne Tetary Moet Opstaan, om een standbeeld te realiseren van de Hindostaanse verzetsstrijder Janey Tetary. Mijn meest recente project is de muzikale documentaire The Uprising, waarin ik aan de hand van interviews met activisten en academici het verhaal van de anti-racisme beweging in Europa vertel.

Wat is volgens jou het belangrijkste van je werk?

De rode draad in dit alles is dat ik me verzet tegen institutioneel racisme. Of het nu in mijn professionele rol is of als vrijwilliger, of het nu de eurocentrische norm is in het onderwijs of het gegeven dat veel Hindostanen niet weten wie Tetary überhaupt was, alle initiatieven waar ik me mee bezig hou zijn gericht op het ter discussie stellen van koloniale erfenis. Dit zijn zware onderwerpen en voor velen ook ongemakkelijke en complexe onderwerpen. Mijn rol hierin is om die onderwerpen begrijpelijk en toegankelijk te maken, door bijvoorbeeld mensen hun eigen ervaringen met racisme te laten delen en dan aan de hand daarvan uit te leggen hoe dat verbonden is met kolonialisme.

Zo heb ik gesprekken gehad over het “stereotype Hindostaan”, dat gebaseerd is op het idee van de brave Hindostaan die geen probleem maakt. Veel mensen denken dat dit in onze aard zit, alsof het cultureel bepaald is dat Hindostanen zich stil houden. Maar uit de geschiedenisarchieven blijkt dat er 40 opstanden zijn gepleegd door Hindostaanse contractarbeiders in een periode van 50 jaar onder het Nederlands kolonialisme in Suriname. Onze voorouders hebben gevochten voor hun vrijheid en hebben dat soms zelfs met de dood moeten bekopen. Hoe komt het dat we deze verhalen niet kennen? Omdat Nederland er bewust voor heeft gekozen deze verhalen niet mee te nemen in het onderwijs. Dat is een koloniale erfenis. Het gevolg is dat we een heel eenzijdig en koloniaal perspectief op onze eigen geschiedenis meekrijgen. En omdat we niet zelf de archieven bestuderen, denken we vaak dat dit eenzijdige perspectief het enige perspectief is. Wat ik hierin probeer te doen is mensen de andere perspectieven mee te geven, zodat ze zelf een beeld en mening kunnen vormen gebaseerd op zowel het perspectief van de Nederlandse kolonisator als die van onze voorouders.

Hindoestaanse cultuur

Zie jij jezelf als lid van de Hindoestaanse gemeenschap? Waarom wel/niet?

De Hindostaanse gemeenschap voor mij is familie. Net als iedere familie zijn er momenten van geluk en liefde, en er zijn momenten van frustratie en onbegrip.

In mijn tienerjaren overheerste het gevoel van frustratie en onbegrip. Ik was een kind van Surinaams-Hindostaanse migranten, maar was geboren en getogen in het westen. Op school of werk was ik één van de weinige Hindostanen in een overwegend witte omgeving en probeerde daarin een weg te vinden. Maar ik was “te Hindostaans” voor witte Nederlanders en “te Nederlands” voor Hindostanen. Ik maak als Hindostaanse artiest pop, rock en hiphop, maar zowel witte mensen als Hindostanen vroegen mij waarom ik geen Bollywood doe. Ook dit zie ik als een koloniale erfenis. Het idee dat er maar één manier is om Hindostaans of Nederlands te zijn.

Hoe ben je hiermee omgegaan?

Ook hier heb ik dit perspectief uitgedaagd als het enige mogelijke perspectief. Het is mogelijk om zowel Hindostaans als Nederlands te zijn. Ik kan als Hindostaanse artiest pop, rock en hiphop zingen met een bindi op mijn voorhoofd. Ik spreek misschien geen Sarnámi, maar ik kan ook het in Nederlands mijn trots verwoorden op mijn identiteit en cultuur. Ik kan misschien geen Bollywood liedjes meezingen, maar dansen erop doe ik zeker wel!

Dit besef heeft me enorm veel rust gegeven en de deur van geluk en liefde geopend. De frustratie maakte plaats voor enthousiasme. Ik stelde niet langer de vraag hoe ik mijn plek in de Hindostaanse gemeenschap kon vinden, maar richtte mij op hoe ik die plek kon creëren. Ik stopte met het frustreren over wat Hindostanen nog niet deden en begon met het ontwikkelen van ideeën om Hindostanen te motiveren dingen wel te doen. Ik sprak mensen in de gemeenschap niet aan op gebrek aan kennis, maar op hun gevoel van trots, en probeerde van daaruit te werken naar het vergroten van kennis.

Dat is wat mij energie geeft. Een positieve bijdrage leveren vanuit een kritische, maar constructieve blik met als doel onze gemeenschap vooruit te helpen. Want als we de gemeenschap versterken, versterken we ons allemaal.

#HÏVAN

Een gedachte over “#HÏVAN: muzikant PRAVINI BABOERAM over haar plek in de Hindoestaanse gemeenschap

  1. Een mooie sterkte vrouw en altijd een doen voor ogen.
    Ook nog een zacht goed hart altijd liefdevol en
    verzorgend.
    Haar kracht is niet voor de show maar om
    dienstbaar te zijn.
    Ze is gewoon een topper.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s