#HÏVAN: Volkskrant columnist SHEILA SITALSING

Je kent journalist Sheila Sitalsing misschien als de Volkskrant columnist met de scherpe pen. Haar werk werd in 2013 bekroond met een Heldringprijs: een prijs voor de beste columnist van Nederland. Sheila verscheen meerdere malen op televisie voor o.a. het programma Buitenhof. In 2016 verscheen de door haar geschreven biografie genaamd ‘Mark. Portret van een premier’.

Lees onderstaand interview met Sheila Sitalsing


Wie is Sheila Sitalsing?

Van alles: moeder van twee dochters, vrouw van mijn man, journalist, schrijver, geboren in Suriname, gewoond op Zorg en Hoop, net als zoveel landgenoten als jong meisje vertrokken met de onafhankelijkheid.

Waar ging je vervolgens naartoe?

Naar Curacao; daar heb ik een groot deel van mijn school gedaan. En Papiamento geleerd wat soms super handig is ;-).

Daarna halverwege de jaren tachtig naar Nederland vertrokken om te studeren. Ik ben aan de Erasmus in Rotterdam afgestudeerd in economie van ontwikkelingslanden. Ik was geloof ik van plan om reddingsplannen te maken voor arme landen, maar daar is het nooit van gekomen en dat is misschien maar goed ook, zowel voor de arme landen als voor mij.

Je hebt economie gestudeerd maar bent uiteindelijk in de journalistiek terecht gekomen. Hoe is dit gegaan?

Ik woonde in een studentenflat vol Surinaamse studenten in Delft. We hadden legendarische feestjes, en iedereen was bezig met al dan niet ‘terug gaan’, maar aan ‘terug gaan’ moest ik voorlopig niet denken. Ik was de wereld nog aan het ontdekken.

Ik zag na mijn afstuderen een advertentie voor leerlingsjournalisten van niet-Westerse afkomst en schrijven deed ik mijn hele leven al, de schoolkrant heb ik mijn hele middelbare schooltijd volgeschreven, dus ik solliciteerde.

Dat was het begin van een lange tocht door de journalistiek.

Wat heb je tot nu toe gedaan op carrière gebied?

Ik heb voor het Rotterdams Dagblad geschreven over de stad en over de Rotterdamse Haven en over de regio. Daarna heb ik jarenlang voor het weekblad Elsevier over geld en banken & beurzen geschreven, en over internationale economie.

Ook nog twee maanden door Amerika mogen reizen met een groep Europeanen met een leadership-programma van het German Marshall Fund; daar leer je de VS wel écht van kennen: logeren bij een gezin in Savannah, en op een boerderij in North Dakota, en mee met de politie van Minnesota.

Vervolgens ben ik voor Elsevier correspondent Europese Unie in Brussel geworden. Dat was een gouden tijd: op de eerste rang bij de wereldpolitiek, alle wereldleiders kwamen langs, nog nooit zoveel geleerd over hoe geopolitiek achter de schermen werkt als daar.

Mijn man werkte in die tijd in Londen voor een bank, dus we reisden veel op en neer, en na een paar jaar altijd je spullen in het verkeerde land vergeten, waren we dat zat.

Na een paar jaar Brussel ben ik in Amsterdam voor de Volkskrant gaan werken. Daar schreef ik over internationale economie en werd ik chef van de economieredactie. En kreeg ik een kind!

Vervolgens een paar jaar politiek redacteur geweest in Den Haag; rondgerend met mijn tweede kind in de buik, werden we ’s avonds laat opgetrommeld omdat ‘we’ ABN Amro gingen kopen – het was middenin de financiele crisis van 2008.

En toen was het op. Ik wilde niets doen. Ik nam ontslag.

Wat heb je na het indienen van je ontslag gedaan?

We zijn met een baby en een kleuter terug naar Suriname gegaan. Officieel voor een sabbatical, maar na twee maanden was ik weer gaan werken. Voor een hulporganisatie, voor een kindermuseum, voor Starnieuws. En voor de Volkskrant, dat verhalen wilde over Desi Bouterse, want de Nederlandse pers is geobsedeerd door Desi Bouterse.

Na anderhalf jaar belde de hoofdredacteur van de Volkskrant, of ik columns wilde gaan schrijven voor pagina twee. Dat wilde ik, en na twee jaar zegden we Suriname vaarwel. Het was er mooi, we hebben er een geweldige tijd gehad, het is een paradijs voor kleine kinderen, en ik heb na terugkeer lang heimwee gehad, maar het was er óók: klein, saai, beperkt, dorps.

Dat is nu negen jaar geleden, en ik schrijf nog steeds drie keer week columns voor pagina 2 van de Volkskrant. In de marge van het nieuws becommentarieer ik daar het nieuws. Meestal over politiek of economie, omdat ik daar het meeste van weet.

Wat betekent jouw werk als columnist voor jou?

Het bevredigendst is het als ik daar de blik van de lezer kan vormen, als ik hem kan meenemen en kan zeggen: kijk, zo heb je er vast nog niet tegenaan gekeken. Dat geeft veel voldoening.

Ik schrijf ook veel andere dingen naast mijn columns. Zo heb ik laatst voor het eerst voor theater geschreven: een fictief gesprek in de hemel tussen Henck Arron, Jagernath Lachmon en Jopie Pengel over de Surinaamse onafhankelijkheid. Dat is opgevoerd bij de Grote Surinametentoontstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam met geweldige acteurs: echt enorm leuk.

Hoe zou je de Hindoestaanse cultuur omschrijven?

Met Suriname heb ik veel, met de hindoestaanse cultuur heb ik beschamend weinig. Ik ben met een creoolse man getrouwd; hij klaagt dat hij helaas een neppe aan de haak heeft geslagen: geen zelfgedraaide roti, niks.

Al kan ik een kilo jalebi achterelkaar eten en houd ik wel van Bollywood, maar ja wie houdt daar nou níet van??

En al erger ik me verschrikkelijk wanneer ‘de Surinaamse cultuur’ gelijkgesteld wordt aan de creoolse, of daardoor gedomineerd wordt. Niet alleen in Holland, waar je het de mensen niet kwalijk kan nemen want ze weten precies niks over Suriname, maar ook in Suriname, waar je nu in de aanloop naar de verkiezingen weer allerlei racistische shit over ‘gladharigen’ kan horen en lezen. (Daarom erger ik me ook behoorlijk aan die cliché-onzin over de harmonie in Su: Surinamers zijn uitstekend geschoold in racistische bagger).

Verschillende nieuwsartikelen geven aan dat Hindoestaanse vrouwen in Nederland koplopers zijn op het gebied van zelfmoordpogingen. Hoe denk je dat wij elkaar kunnen helpen?

De zelfmoorden zijn verschrikkelijk. Ik kan me nog van vroeger in Suriname herinneren dat het er een soort van bij hoorde, dreigen met: ‘Ik ga gramoxone drinken.’

Deze meisjes gaan gebukt onder een verstikkende patriarchale structuur, in combinatie met enorme prestatiedruk, die je wel meer ziet bij migrantengemeenschappen: de emancipatie komt daar wel vaker later dan in het moederland. Heel, heel erg tragisch. Schoppen tegen de mannen, de vaders, de broers, de echtgenoten, hun macht uitdagen, ze uitlachen, ze totaal negeren, tegen ze strijden met alles wat je in je hebt, dát is wat alle vrijgevochten en succesvolle hindoestaanse tantes en nichten en vriendinnen die ik ken doen. En dat is wat we kunnen doen voor die meisjes en vrouwen.

Dat is ook mijn levensmotto: vecht met alles wat je hebt voor alles wat belangrijk is, en laat alles wat niet belangrijk is lekker gaan.

#HÏVAN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s